Pastelstreken

Mens- en dierportretten, wildlife-art

Teken eens… een appeltje

Als je wilt beginnen met tekenen…En je vraagt je af ‘Hoe dan?’ of ‘Waar moet ik beginnen?’ lees dan vooral even door. Tekenen is namelijk helemaal niet moeilijk, maar je moet jezelf niet overvragen. Als je gelijk een kunstwerk à la Rembrandt neer wil gaan zetten valt het resultaat misschien toch wat tegen. Het vergt voor de meeste mensen (de extreem getalenteerden uitgezonderd misschien) gewoon heel veel oefening en enige kennis van tekentechnieken om iets er een beetje realistisch uit te laten zien.

Daarom als eerste ‘les’ een eenvoudige oefening waar je weinig voor nodig hebt. Met een potlood een gum en een vel (kopieer)papier heb je eigenlijk al voldoende.

  • Teken of kopieerpapier
  • Potlood
  • Gum

Je begint met het tekenen van een cirkel. Dat hoeft geen strakke harde lijn te zijn. Een beetje schetsen is prima. Probeer in ieder geval altijd om je potlood zacht over het papier te laten gaan. Hoe harder je duwt, hoe moeilijker het is om foutjes weg te halen.

Moeilijk om een net rondje te tekenen? Probeer het dan eens zo:

Zoek een liniaal of iets anders waarmee je rechte lijnen kunt trekken, dat kan ook prima een boek zijn of een ijslolliestokje. Teken een kruis, waarvan alle poten even lang zijn. Trek nu een rond lopende lijn van de 1e  naar de 2e poot. Draai je papier een stukje door en trek een rond lopende lijn van de 2e naar de 3e. en zo ook van de 3e naar de 4e. Tadaa! Je eerste min of meer ronde cirkel staat er.

Tekenen met basisvormen

Zo’n cirkel heet een basisvorm, daar zijn er uiteraard meer van, maar we houden ons nu even bij de cirkel. Als je meer gaat tekenen, zal je ontdekken dat vrijwel alle voorwerpen, mensen en dieren onder te verdelen zijn in een basisvorm.

Door eerst basisvormen neer te zetten kan je bijvoorbeeld veel gemakkelijker sturen hoe groot je tekening wordt. Als je direct de details induikt in de linkeronderhoek van je papier, kan je zomaar aan de rechterkant te weinig ruimte over houden en past je tekening er niet op. Jammer van al dat werk wat je al in de details gestoken had!

De basisvorm dus. Kijk nu eens om je heen of je dingen ziet die als basisvorm (of als 1 van de basisvormen) een cirkel hebben.  Het kan een voetbal worden. Of misschien een mandarijn. Of een bloem, een bolle vaas, knikkers…. Bedenk het zelf maar.

Door een paar lijnen tot te voegen aan deze basisvorm kan je er heel eenvoudig een voorwerp mee uitwerken. Ik ben dol op appels (om te tekenen én om op te eten), dus ik maak hier met een paar lijnen (wat dikker uitgevoerd voor de duidelijkheid) een appeltje van. Een appel is nooit volmaakt rond. De onderkant is iets platter en aan de bovenkant zit een deuk. Als je cirkel niet perfect geworden is, is dat voor een appel ook echt geen probleem.

Nu is het een plat appeltje. Misschien wel herkenbaar, maar wat meer diepte erin maakt het net iets leuker. Dat doe je door het aanbrengen van licht en schaduw.

Lichtval en schaduw

Stel dat je je appeltje (of bol) neerlegt bij een raam, zodat er van 1 kant licht op valt, dan zie je aan de andere kant schaduw. Schaduw onder de appel -op de vensterbank-  en schaduw op de appel zelf. Beiden zijn belangrijk. Beiden vallen ook aan de zelfde kant van de appel. Ik heb me daar ooit eens in vergist, dat ziet er heel raar uit.

Mijn appeltje ligt met de linkerkant naar het raam, dus de schaduw komt rechts. Eerst krijgt het hele appeltje een beetje kleur, alleen aan de linkerkant houdt je een stukje wit open. Ook hier: weinig kracht zetten op je potlood.

Een bolle vorm, want dat wordt je cirkel nu, heeft ook een bolle schaduw, dus geen harde/rechte lijn.  Hoe dichter je bij de bodem komt, hoe donkerder de kleur. Die donkere kleur bereik je door laag over laag over laag aan te brengen. Bij kopieerpapier kan je daar niet eindeloos mee doorgaan, op een gegeven moment pakt het de kleur niet meer. Daarom neem je voor een ‘echte’ tekening beter echt tekenpapier.

Om je tinten wat meer in elkaar te laten overlopen en eventuele zichtbare streepjes weg te werken kan je met een doezelaar zacht over je tekening heen gaan. Als je die niet hebt: een klein propje watten of zelfs een schone (vetvrije) vinger werkt ook. Ga daar niet te lang mee door, anders maak je de hele appel weer egaal van kleur en ben je het effect van schaduw kwijt.

Daarna voeg je de zogenaamde slagschaduw toe, de schaduw die je appel maakt op de ondergrond. Ook deze bestaat uit rondlopende lijnen.  Deze schaduw mag je gerust best donker maken.

Steeltje erop, blaadjes eraan, eventueel nog wat donkerder stipjes op de appel… Klaar!

Naast de cirkel, zijn er ook nog het vierkant, de rechthoek en de driehoek, met als 3-dimensionale vorm: de kubus, de cilinder en de piramide. Probeer om je heen te kijken naar welke vormen je ziet in je omgeving.

Leren tekenen begint eigenlijk met leren kijken. Echt kijken, objectief kijken en van daaruit je potlood op het papier te zetten.

Zie niet wat je denkt te zien, maar zie wat er is.

Ingspire

Meer oefenen met basisvormen? Zoek 3 ronde voorwerpen en teken ze naast elkaar. Maak er wat leuks van!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.